Afscheid Lieske Keuning 25 augustus 2019

Lieve gemeente, lieve gasten,

Voor mij betekent deze dag niet alleen een afscheid van de gemeente in zuidoost, maar ook een afscheid van mijn werkzame leven. Vanaf 1 september heb ik de rest van mijn leven vakantie en ik heb mij voorgenomen om mijn agenda voorlopig zo leeg mogelijk te houden. Want dominee-zijn is een slijtend beroep.
Maar ik heb mijn werk altijd met vreugde gedaan. Niet dat het in de keuken van de kerk altijd even leuk was, maar het bezig zijn met de Schriften, het aandachtige horen van de gemeente, de vroomheid, meelevendheid, de inzet en hartelijkheid van gemeenteleden, en het vertrouwen dat mij gegeven werd heeft mij in alle drie gemeenten die ik heb gediend altijd met vreugde vervuld en vaak ook aangenaam verrast.

Ik prijs mij gelukkig dat ik nooit last heb gehad van depressies, van een burn-out of van een geloofscrisis, integendeel, ook toen mijn dochter Nienke zo ziek was en stierf heb ik altijd gezegd: “het is maar goed dat het evangelie er is, anders zou het nog veel erger zijn.”
Ik weet dus uit ervaring dat het evangelie een kracht Gods tot behoud is.
U begrijpt ook wel dat ik niet voor niets de tekst van 1 Corinthe 15 heb uitgekozen voor vandaag. Lang geleden deed ik in Kollum eens een uitvaartdienst en toen was er na afloop iemand (uit het westen) die zei: “Dat u dat durft, preken over de opstanding.”
En ik dacht: dat zou toch wel erg zijn als je daar als dominee níet over durft te preken.

Bij het voorbereiden van mijn preek heb ik veel gehad aan het boeiende boek van de Griekse theoloog Zizioulas “Gemeenschap en andersheid”. Ik wil u één citaat niet onthouden. Zizioulas zegt: “De hel is de existentiële plaats waar al diegenen worden vastgehouden die de ondergang van anderen verlangen en die dat niet zullen verkrijgen vanwege de verrijzenis.”
(p. 314)

Ik vind het heel leuk dat hier mensen zijn uit Oudwoude en Westergeest en uit Zaltbommel. Als u de diapresentatie hebt gezien is het u misschien opgevallen, dat ik van 1984 tot 2011 met alleen maar witte mensen gewerkt heb.
Toen ik hier in deze gemeente kwam, kwam ik in een voor mij compleet nieuwe wereld. Ik ben er hartelijk ontvangen. En ik heb genoten van de ongedwongenheid, de gezelligheid, de vrolijkheid en de vroomheid. Dat zal ik allemaal erg missen. Ook in Oudoude-Westergeest en in Zaltbommel heb ik goede tijden gehad, maar deze laatste vijf jaar (na mijn emeritaat) waren voor mij als een geschenk van God.

Ik heb over die voor mij nieuwe wereld veel geleerd van de dames van Brasa, van de gemeenteleden en door mijn reis naar Suriname. Ik heb vele verhalen gehoord. Dat ze in Suriname, net als ik hier in Nederland, leerden dat “de Rijn bij Lobith ons land binnenkomt”. Maar ook hoe in de jaren ‘70 en ‘80 onze rijksgenoten uit Suriname die toch naar hun vaderland gingen, hier werden ontvangen. En ik heb me geschaamd.
Er is ook een verhaal recenter datum, waar ik erg van geschrokken ben. En omdat we hier met zo’n gemengd gezelschap bij elkaar zijn, wil ik dat even vertellen.
Het was in maart 2015. Mijn moeder was overleden en de Brandpuntraadsleden gingen naar de begrafenis. In het witte Santpoort liepen 3 mensen van Surinaamse afkomst van het station naar de kerk. Een witte man op de fiets stopt en vraagt: “Wat doet u hier?”
Ze komen aan bij de kerk, een familielid van mij doet voorzichtig de deur open en zegt: “Zoekt u iets?”Vervolgens zitten ze in de kerk en komt de vrouw van de dominee naar hen toe en zegt: “U bent zeker van de verzorging”. Drie keer in een half uur tijd!
Toen ik dit hoorde geneerde ik me voor mijn familie. Die gene werd nog groter toen ze zeiden: “o, dominee, daar hoef u helemaal niet over in te zitten, hoor. Dat zijn wij gewend.”
Ik kan u verzekeren: Andersom zal zoiets niet gebeuren. De Surinaamse gastvrijheid en hartelijkheid kent geen grenzen en kan iedereen tot voorbeeld zijn.
Er is dus nog veel werk te doen. Want dat paternalisme, dat restant van het koloniale verleden, kan echt niet.
Dat geldt ook binnen de kerkenraad en ja daar was ik weleens fel op, als er iets over Zuidoost was besloten zonder dat wij ervan wisten.

Sietse, dank voor jouw woorden namens de kerkenraad. Aan die kerkenraad moest ik eerst wel wennen. Ik had het gevoel dat het als los zand aan elkaar hing en allerlei dingen langs elkaar heen gingen. Maar we hebben dan toch als collega’s een goede band gekregen en laatst samen gebarbecued, en zelfs afgesproken dat volgend jaar te herhalen. Ik dank jullie voor je collegialiteit! Andreas, Marieke, André en Sietse.

John, ik dank je voor je woorden. Ik heb steeds genoten van het contact met de verschillende kerken hier in De Nieuwe Stad. En van onze gezamenlijke diensten. “Gemeenschap en andersheid” in de praktijk! Dat maakt het werk hier juist zo bijzonder.

Tot slot: Ik heb binnen de mogelijkheden die mij gegeven werden, geprobeerd mijn werk hier zo goed mogelijk te doen. Maar het is bekend dat je het als dominee nooit iedereen naar de zin kunt maken. Daarom:
Allen tegenover wie ik tekort geschoten ben, allen die ik hoe dan ook beledigd heb, en allen die iets tegen mij hebben, vraag ik om vergeving.

Ik hoop van harte, dat het nieuwe begin dat u als gemeente zult maken, vruchtbaar zal zijn en dat u een hoopvolle toekomst tegemoet gaat. Aan de inzet van gemeenteleden zal vast niet liggen. Er wordt in de gemeente veel werk verzet, door allerlei mensen die zich ieder op hun eigen manier bij de gemeente betrokken voelen.

Ik wens u allemaal vrede en alle goeds!

Ja, en wat moet ik nu als afscheidscadeau geven?
Ik heb hier een fotoboek – over de jaren 2014-2019
Verder ben ik de laatste tijd nogal beziggehouden door een vrouw. Ik had er heel wat werk aan, ze was ruw en hard. Ik moest haar stevig onder handen nemen voor ze een beetje vorm kreeg Ze is niet echt wit en ook niet zwart, ze heeft wat rode plekken en eigenlijk is ze een beetje smoezelig. Ze heeft dikke billen en grote borsten, een beetje op z‘n Surinaams. Maar ze is niet in een hokje te stoppen.
Uiteindelijk is ze glad en aaibaar geworden. U raadt het misschien al: het is een marmeren beeldje, van een vrouw die je misschien als beeld van de gemeente hier kunt zien. In ieder geval ik wil het aan leden van de Brandpuntraad geven, die zich het afgelopen jaar met zoveel kracht hebben ingezet voor de gemeente en mij veel vreugde hebben gegeven. Gewoon allemaal om de beurt een poosje in je huis zetten. Te beginnen bij Armand en Tine.

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.